Laatst zat ik in de trein en er kwam een mevrouw naast me zitten. Het zijn altijd mensen zoals zij die dan tegen je beginnen te praten. Zo’n mevrouw van, ik schatte haar een jaar of vijfenvijftig, maar later kwam ik te weten dat ze al met pensioen was. Een vrolijke verschijning, zo iemand van de oude garde. Het leek alsof ze bewust de maatschappelijke periode waarin iedereen opeens besloot dat we niet meer tegen elkaar gingen praten in openbare ruimtes, had overgeslagen.

De 40 minuten die volgden, kwam ik van alles te weten over haar. Ze moest uitstappen bij Alkmaar, omdat ze op weg was om haar tweede kunstknie te laten zetten in het ziekenhuis. Haar broer had dienstplicht gehad tijdens de Koude Oorlog en was uitgezonden naar Indonesië. Toen hij terugkwam was hij een ander mens geworden. Soms had ze het gevoel dat de technologie te snel ging voor ouderen om bij te houden.

En ik bedacht me dat die 40 minuten in de trein nog nooit zo snel waren gegaan.

Dus nu grijp ik elke kans aan om een gesprek aan te gaan met degene naast me. Vorige week heb ik een hilarisch gesprek gehad met een jongen die fruit at als avondeten. Hij was zijn portemonnee verloren in de Leidse binnenstad en wilde niet dat zijn ouders erachter kwamen, dus ging hij even stiekem heen en weer. Eergisteren sprak ik een gestrest meisje die op tijd moest komen voor haar examen op het Erasmus. We zaten in een vertraagde intercity.

Elke keer als ik terugdenk aan die gesprekken, brengt het een lach op mijn gezicht. Ik zeg het elke keer, maar reis eens zonder oortjes of zonder op je mobiel te zitten. 10/10, would recommend!